Offerman Consulting
spacer Zone

Web Services: geen diensten maar technologie

Hoewel het einde van de economische malaise nog niet in zicht wil komen, zijn de eerste rimpelingen van de volgende golven alweer duidelijk zichtbaar. Een belangrijke daarvan zijn de web services, voorgetrokken door aartsrivalen Sun en Microsoft met hun respectievelijke ONE- en .Net-platformen.

Bezien we wat er nu concreet beschikbaar is, dan blijkt het hier vooral te gaan om technology push vanuit de industrie. Op dit moment blijven de belangrijkste verworvenheden beperkt tot tientallen vier-letter-woorden: low-level standaarden, waarvan de meeste nog in wording. Web services zijn heel erg technisch, nog niet eens een technologie, en nog lang geen strategische business asset.

De vraag is ook of ze dat op zichzelf ooit zullen worden. Er ligt nog een enorme kloof tussen web services als technologie en de zakelijke toepassing ervan. Uiteindelijk omvatten web services niet veel meer dan de (beveiligde) uitwisseling van XML-berichten over dezelfde HTTP verbindingen die ook voor het web verkeer worden gebruikt. De belangrijkste standaarden van dit moment zijn SOAP, WSDL en UDDI. De eerste zorgt voor interoperabiliteit tussen verschillende platforms. De tweede is een elektronische beschrijving van de interface, zodat een afnemer van de webdienst deze automatisch kan koppelen aan zijn applicatie.

Een hele stap verder is het meer dynamisch aan- en afkoppelen van web-diensten die via de UDDI directory service kunnen worden gevonden. Daarmee zouden veel lossere en kortstondiger ad-hoc relaties kunnen worden aangegaan. Elke presentatie die we over web services hebben gezien, gaat dan ook steevast vergezeld van een demonstratie waarbij een dergelijke verbinding wordt opgezet. De praktijk leert echter dat de behoefte aan deze vluchtige interacties zwaar wordt overschat en overdreven. Zowel mensen als bedrijven baseren hun relaties op vertrouwen, uit eerste of tweede hand, of via een goed bekendstaand merk.
Hetzelfde hebben we eerder gezien met e-business en e-commerce via het web; ook daar werden de hooggespannen verwachtingen niet waargemaakt door een gebrek aan vertrouwen en veiligheid, een gebrekkige invulling van de randvoorwaarden, en te weinig aansluiting met de niet-virtuele wereld.

Dat nu andere systemen in plaats van mensen aan servers worden gekoppeld doet daar niets aan af. Bedrijven hebben net als (elektronische) klanten behoefte aan zaken als vertrouwen, veiligheid en continuïteit. Bij de mens is dat in het hoofd gekoppeld aan een merk. In een onderneming wordt dat het liefst keihard vastgelegd in een SLA.

Daarmee worden web services vooral een (leuke) technologie voor programmeurs. Die kunnen op deze manier heel eenvoudig componenten met een bepaalde functionaliteit in hun programmeeromgeving binnenhalen en integreren in hun gedistribueerde applicaties. Conceptueel zijn web services echter niet veel meer dan een opvolger voor EDI en CORBA.

Ondanks dat alles zijn web services al gedoodverft als "the next big thing". Net als bij de web interface enkele jaren geleden, gaan we opnieuw een periode in van "het ontsluiten van legacy systemen". Dezelfde middleware die bestaande systemen voorzag van een web interface zal nu worden uitgebreid met een front-end voor web services. Zoals het web nu een (vanuit technisch oogpunt slechte) uniforme interface is geworden voor mensen om internet servers te benaderen, zullen web services datzelfde doen voor systemen.

Voorlopig zullen web services vooral worden gebruikt binnen de bestaande structuren. Pas veel later en veel trager dan verwacht, als ook alle andere onderliggende en aanpalende componenten van deze nieuwe infrastructuur op hun plaats liggen, zal de uiteindelijke aansluiting worden gevonden met de echte zakelijke wereld.

Deze column verscheen eerder in CIO, november 2002.