Offerman Consulting
spacer Zone

Vodafone-leed: mijn verweer d.d. 29 augustus 2011

Ir. Drs. A. Offerman
Raaphorst 121
2352 KJ Leiderdorp

Leiderdorp, 29 augustus 2011

Betreft: verweer inzake dagvaarding van Adriaan Offerman door BSR, 31 augustus 2011 om 10:00 uur te Leiden

In tegenstelling tot wat de eiser beweert (punt 13), heeft Vodafone helemaal niet het initiatief genomen tot opzegging van dit mobiele telefoon-abonnement. Gedaagde heeft zelf per september 2009 de overeenkomst opgezegd. Desondanks ging Vodafone ook na het verstrijken van de opzegtermijn gewoon door met het automatisch afschrijven van abonnementsgelden (factuur bijgevoegd). Het feit dat het mobiele nummer in kwestie inmiddels naar een andere provider was geporteerd, maakt dit geval extra bizar: Vodafone factureert gewoon door op telefoonnummers die zij niet eens meer in beheer hebben.

Daarop heeft gedaagde de laatste afschrijving laten storneren en telefonisch contact opgenomen met Vodafone. De medewerker zegde toe een goede eindafrekening te sturen. Op 14 oktober 2009 ontvangt gedaagde een brief (bijgevoegd) waarin dit ook wordt bevestigd (als onderdeel van een aanmaning?).

Op 26 oktober 2009 ontvangt gedaagde inderdaad een kredietfactuur (bijgevoegd). Deze wordt echter nooit uitbetaald. Op de factuur zelf wordt weer verwezen naar een verrekening met een volgende factuur. Maar die (krediet)factuur komt nooit. En ook de betaling blijft uit.

Wel ontvangt gedaagde op 18 november een brief van Intrum Justitia die aangeven dat deze "claim" door Vodafone aan hen is verkocht.

In zijn brief d.d. 20 november aan Intrum Justitia probeert gedaagde nog eens het verhaal uit te leggen. Vervolgens ontspint zich een briefwisseling waarin gedaagde elke keer de gang van zaken uitlegt (nog eens in zijn brieven d.d. 2 december 2009, 8 december 2009 en 31 december 2009), en Intrum Justitia alleen reageert met allerlei standaard incasso-brieven (bijgevoegd) en nu dus een dagvaarding.

Gedaagde heeft meerdere malen gepoogd uit te leggen wat er is misgegaan, zowel bij Vodafone als bij Intrum Justitia. Probleem bij die eerste is dat de helpdesk nauwelijks bereikbaar was, medewerkers geen toegang hebben tot de financiele gegevens en ook niet mogen doorverbinden met iemand die zich wel inhoudelijk op de hoogte kan stellen. Intrum Justitia leest de brieven van gedaagde niet eens.

Gedaagde heeft veel tijd gestoken in zijn pogingen om Vodafone en Intrum Justitia uit te leggen wat het probleem (in hun administratie/systemen) is. Dat dit niet is gelukt heeft puur en alleen te maken met de manier waarop deze bedrijven met hun klanten communiceren. Ondanks dat gedaagde zich meerdere malen kenbaar heeft gemaakt als zelfstandig ondernemer en ondanks zowel mondelinge als schriftelijke toezeggingen van Vodafone, heeft dat bedrijf nooit de kredietfactuur uitbetaald en nooit een eindafrekening gestuurd. In plaats daarvan schoffeert en daagt het bedrijf de mensen die al vanaf het eerste uur klant bij hen zijn.

Gedaagde bestrijdt de vordering die Vodafone / Intrum Justitia zegt te hebben. Die afschrijving is juist gestorneerd omdat dit abonnement per september niet meer bij Vodafone liep. Dat deze bedrijven niet wijsgemaakt kan worden dat dit het geval is, kan gedaagde niet worden verweten, zoals uit bijgevoegde brieven blijkt. Ze worden niet eens gelezen, zo blijkt uit de correspondentie van Vodafone en Intrum Justitia. De dagvaarding zelf is daar ook weer een sterk staaltje van: gewoon een invuloefening.

Bovendien kloppen de zaken zoals die door eiser worden voorgesteld niet. Ondanks het gestelde is er nooit telefonisch contact opgenomen door Vodafone of Intrum Justitia. Aangezien het hier om "zijn" mobiele telecom provider gaat, moet het telefoonnummer van gedaagde wel bekend zijn. Bovendien heeft gedaagde voice mail op zowel zijn vast als mobiele lijn. Daar zijn nooit berichten over deze zaak achtergelaten. Dat had gedaagde (nog eens) de gelegenheid gegeven Vodafone / Intrum Justitia op hun fouten te wijzen, in de hoop dat deze rechtgezet zouden worden.

Zoals te lezen in bijgevoegde brieven, is er nooit een onvertogen woord gevallen. Bovendien is gedaagde bijna vijftien jaar lang een trouwe klant geweest van Vodafone, met bovendien onberispelijk betalingsgedrag. Hij voelt zich dan ook zijn eer en goede naam aangetast als eiser in punt 22 spreekt van "de houding van gedaagde".

Hetgeen eiser aanvoert als bewijs kan ook niet waar zijn. In punt 13 geeft hij aan dat Vodafone de overeenkomst tussentijds heeft ontbonden, wat zoals gezegd niet waar is. Terwijl eiser tegelijkertijd zelf in punt 28 stelt dat het contract per 18 september is beeindigd.

Dat de betreffende factuur van voor die datum zou zijn, zoals door eiser gesteld, klopt ook niet. Zoals uit bijgevoegde kopie blijkt, is deze factuur van 21 september 2009. Daarop is duidelijk gespecificeerd dat abonnementskosten voor na de beeindiging van de overeenkomst gewoon in rekening worden gebracht. Daarnaast ligt er nog de kredietfactuur van 26 oktober.

Gedaagde kan niet zeggen wat de exacte afrekening zou moeten zijn geweest. De administratie wordt immers door Vodafone gevoerd, en die heeft als laatste niet meer dan een kredietnota gestuurd, die vervolgens nooit is uitbetaald. Wel weet gedaagde dat van deze claim niets klopt, en kan hij dat middels bijgevoegde stukken ook aantonen. Bovendien heeft hij alles en meer gedaan dan wat redelijkerwijs van hem verwacht mocht worden om het Vodafone-tijdperk naar behoren af te sluiten.

Gedaagde verzoekt de rechtbank dan ook om alle claims van eiser af te wijzen, en deze op te leggen alle tegoeden aan gedaagde alsnog uit te betalen. Dat tesamen met een vergoeding voor alle inspanningen. Maar veel belangrijker dan een eindafrekening twee jaar na dato, vindt gedaagde het dat hij niet in allerlei bestanden bij allerlei instellingen ten onrechte te boek staat als wanbetaler. Intrum Justitia zegt in zijn brief d.d. 18 november 2009 ook expliciet gedaagde in maar liefst drie van dergelijke administraties te hebben opgenomen. Daarom de vraag om Vodafone en Intrum Justitia op te leggen de naam van gedaagde actief uit hun "zwarte lijsten" en die van partners e.d. te verwijderen.