Ondersteuning van remote en mobiele gebruikers
Werknemers hoeven allang niet meer op kantoor aanwezig te zijn om hun werk te kunnen doen. Via het web en Virtual Private Networks kunnen zij bij alle benodigde gegevens en applicaties. Voor de echt mobiele gebruikers komen de hogere bandbreedten van UMTS dit jaar weliswaar beschikbaar, maar tegen exorbitant hoge prijzen. Voor het grote publiek is dus het wachten op lagere prijzen en de integratie van WLAN en UMTS.
Een kenniswerker hoeft allang niet meer op kantoor te zitten om toch productief te zijn. Alle werkzaamheden waarbij een virtuele aanwezigheid volstaat kunnen in principe vanaf elke willekeurige plek ter wereld worden uitgevoerd. Documenten kunnen achter elke computer geschreven worden, en via e-mail naar iedereen worden opgestuurd. Het maakt (voor de ander :-) niet uit of je iemand vanuit het kantoor opbelt of met behulp van een mobiele telefoon vanaf een zonnig terrasje met iets fris onder handbereik. En via het Virtual Private Network (VPN) of een web browser kunnen alle bedrijfsapplicaties en benodigde gegevens beschikbaar worden gemaakt.
Flexibele werkplekken
Hoewel werkgevers grote moeite hebben om hun personeel deze vrijheid te geven, waren zij wel degenen die als eerste de vruchten van deze ontwikkelingen konden plukken. Als werknemers niet meer noodzakelijk op kantoor hoeven zijn om hun werkzaamheden te kunnen uitvoeren, kan immers veel efficiënter met de meestentijds onbezette werkplekken worden omgegaan.
Interpolis was alweer jaren geleden een van de eerste Nederlandse bedrijven dat in zijn nieuwe kantoorpand met het Scandinavische "floating offices" concept aan te slag ging. Medewerkers hadden niet langer meer een eigen bureau, maar konden met hun laptop en mobiele telefoon werken waar ze maar wilden: aan de docking stations in een van de werkcellen, ergens anders in het gebouw of buiten de deur. Om ook vanaf huis het netwerk te kunnen benaderen, kreeg iedereen een router en een PC.
Virtual Private Networks
De technologie die een dergelijke toegang op afstand (remote access) mogelijk maakt, is natuurlijk het Virtual Private Network (VPN). Daarmee wordt het bedrijfsnetwerk uitgebreid voor gebruikers die van buiten komen. Om de verbindingen met het bedrijfsnetwerk te beveiligen wordt meestal gebruik gemaakt van SSL (Secure Socket Layer, dezelfde standaard die ook voor de versleuteling van beveiligde web pagina's wordt toegepast) of van IPSec/IKE (IP Security met Internet Key Exchange voor sleutel management).
VPN's zijn tegenwoordig integraal onderdeel van alle firewalls. Hoewel deze systemen zowel in de vorm van een software pakket als van een appliance beschikbaar zijn, hebben de kant-en-klare "pizzabox" oplossingen steeds meer de voorkeur. Onder de meest bekende systemen treffen we de firewall/VPN appliances van Netscreen, Symantec, SonicWall, CyberGuard en BorderWare, de Proventia appliances van Internet Security Systems (ISS), de PIX appliances van Cisco en de VPN-1/FireWall-1 gateways van Check Point (wiens software ook gebruik wordt in onder andere de iForce security appliances van Sun, de IP serie van Nokia en de Celestix oplossingen). In zijn rapport "Worldwide Security Appliance Forecast and Analysis, 2003-2007" geeft marktonderzoeker IDC aan dat appliances de voorkeur genieten vanwege prestaties en gebruiksgemak. Zij raden leveranciers die nog niet deze weg zijn ingeslagen daarom ook sterk aan dit zo snel mogelijk te doen.
Web interface
VPN's zijn weliswaar een veelgebruikte en goed werkende oplossing om thuis- en flexwerkers op netwerkniveau te faciliteren, maar lang niet de enige.
Nu vrijwel alle applicaties van een web interface zijn voorzien, is het heel eenvoudig deze van waar dan ook te benaderen. Elke plaats waar men het internet op kan, biedt in principe toegang tot de bedrijfsapplicaties. En of dit nu op een PC, een palmtop of een smartphone gebeurt doet er niet meer toe; elk apparaat dat voorzien is van een web browser voldoet.
Deze oplossing mag door door zijn openheid misschien flexibeler lijken dan een VPN - daarvoor is soms bijvoorbeeld speciale client software nodig - maar is daardoor ook onveiliger. Het is gevaarlijker toepassingen op applicatie niveau via het web beschikbaar te maken dan op netwerkniveau het hele bedrijfsnetwerk naar een speciale client uit te breiden.
Een oplossing voor deze problemen ligt in het gebruik van speciale interface en applicatie gateways. Deze bieden enerzijds dezelfde flexibiliteit de web browser, anderzijds fungeren zij als poortwachter voor de toegang tot achterliggende applicaties.
Server-Based Computing
Terminal servers zijn in eerste instantie ontwikkeld om de beheersproblemen van de PC te verminderen. Niet alleen het up-to-date houden van de PC's zelf maar ook het beheer van de daarop geïnstalleerde applicaties zijn de meest tijdrovende bezigheden van de beheerders, zelfs als dat zoveel mogelijk automatisch en op afstand gebeurt (remote management).
Server-Based Computing (SBC) lost deze problemen op door de hele applicatie naar de server te verplaatsen en alleen de interface over het netwerk naar de client te transporteren. De toepassingen zelf draaien hierbij op de applicatie server. Alleen de schermuitvoer, en de invoer van toetsenbord en muis worden door de thin client aan de gebruikerskant verwerkt en doorgestuurd. Het idee is vergelijkbaar met de terminals die vroeger voor toegang tot de mainframes werden gebruikt, of het X Window System waarbij de client alleen als display server fungeert.
Hoewel Sun vooral een uitgesproken voorstander van thin clients is omdat ze daar dikke servers bij kunnen verkopen (SBC verplaatst verwerkingskracht van de client naar de server), heeft een dergelijke aanpak weldegelijk voordelen. Een van de in dit verband belangrijkste is het centrale beheer van toegang tot de toepassingen op die applicatie server. Vandaar dat deze steeds vaker niet alleen als applicatie server maar ook als gateway voor remote en mobile access worden ingezet. Volgens Forrester is dat zelfs de belangrijkste factor achter de (wel steeds afnemende) groei van de SBC markt.
Applicatie servers
De meest gebruikte SBC oplossingen voor het Windows platform zijn MetaFrame en Terminal Services. De eerste is van Citrix en gebaseerd op het ICA protocol (Independent Computing Architecture). De tweede is van Microsoft zelf en maakt gebruik van RDP (Remote Desktop Protocol).
Hoewel Microsoft vanaf Windows 2000 Terminal Services standaard meeleverd met zijn server operating system, wordt deze toch meestal samen met MetaFrame gebruikt. Volgens Forrester gebeurt dat echter allengs minder, en wordt Terminal Services steeds vaker zonder aanvullende pakketten van derden ingezet, met name in het MKB. Vorig jaar had Citrix nog een marktaandeel van 78 procent. Het onderzoeksbureau verwacht echter dat dit eind volgend jaar zal zijn afgenomen tot 71 procent.
Ondanks het veel kleinere marktaandeel mag Tarantella, een oude spin-off van het inmiddels in ongenade gevallen SCO, hier niet ontbreken. Dit bedrijf levert software die vanaf het begin bedoeld is om als applicatie gateway te fungeren. Via een client die als Java Applet of ActiveX control in de web browser draait en het eigen Adaptive Internet Protocol (IAP) kunnen applicaties op Windows, Unix, mainframe en midrange servers van buitenaf worden benaderd. Behalve voor het ontsluiten van de toepassingen zelf bevatten de systemen van Tarantella (net als de software van Citrix en Microsoft overigens) ook faciliteiten voor beveiliging, gebruikersbeheer en sessie management.
Wie met SBC aan de slag gaat om externe gebruikers toegang tot de bedrijfsapplicaties te geven, is afhankelijk van goede netwerkverbindingen. In het algemeen wordt meer bandbreedte gevraagd. Alleen voor data-intensieve toepassingen zou op deze manier mogelijk minder verkeer nodig hoeven zijn. Maar SBC stelt vooral hoge eisen aan de Quality of Service (Qos) faciliteiten. Omdat alle in- en uitvoer eerst over het netwerk heen moet, worden op een druk netwerk al gauw geen redelijke response tijden meer gehaald. Daarom blijven thin client - thick server configuraties vaak beperkt tot het LAN (Local Area Network). Bij grotere afstanden wordt het netwerkverkeer al gauw te traag en te duur.
Draadloze LAN's
Tot nog toe hebben we alleen gesproken over toegang tot de bedrijfsapplicaties vanaf vaste netwerken. Als je dan toch niet meer gebonden bent aan een vaste werkplek is het natuurlijk helemaal perfect als je ook niet afhankelijk bent van een (fysieke) netwerkverbinding. Een draadloos LAN (Wireless LAN, WLAN) of de mobiele telefoon voorziet ook in dat laatste stukje vrijheid, zij het niet altijd even veilig of tegen redelijke kosten.
Draadloze LAN's zijn in eerste instantie bedacht als aanvulling op de traditionele, bedrade LAN's. Wie denkt met een WLAN ook geen kabels meer nodig te hebben, vergist zich. De toegang tot het netwerk verloopt via de access points, die aan een gewoon LAN zijn gekoppeld. Tot een afstand van enige tientallen meters - in een open ruimte maximaal driehonderd - kunnen gebruikers zo via de ether het normale netwerk op. Wel is het zo dat de WLAN technologie steeds vaker niet alleen binnen bedrijven wordt gebruikt, maar ook om semi-publieke netwerkdiensten aan te bieden.
Dergelijke faciliteiten treffen we typisch aan op plaatsen waar zakelijke gebruikers vertoeven. Denk aan hotellobby's en -kamers, luchthavens en vliegtuigen, treinen, horecagelegenheden, en beurzen en andere evenementen. Meest bekende Nederlandse voorbeeld hiervan is Schiphol, waar men in een aantal van de lounches en wachtruimten tegen betaling van het WLAN gebruik kan maken.
Mobiele telefoon
Hoewel de mobiele telefoon zonder meer de meeste bewegingsvrijheid biedt, was het ding tot voor kort eigenlijk nauwelijks geschikt voor dataverkeer. Via het GSM netwerk kan in principe een snelheid van 14,4 kbps worden gehaald, maar providers beperken deze tot 9600 bps. Onder andere WAP (Wireless Application Protocol) maakt gebruikt van dit soort verbindingen.
UMTS (Universal Mobile Telecommunications System) of 3G (Third Generation) mobiele netwerken zullen straks veel hogere snelheden mogelijk maken dan nu met GSM het geval is. Tot die tijd zullen we het moeten doen met GPRS (General Packet Radio Service). Deze tussenpaus bundelt tot acht GSM kanalen tot een enkel datakanaal van maximaal 115 kbps. Met de laatste codeerschema's kan zelfs 171 kbps worden gehaald. Hoe groot de maximale snelheid precies is en of data en spraak gelijktijdig kunnen worden verstuurd, is afhankelijk van de klasse van het gebruikte mobiele toestel. In de praktijk blijft de snelheid over het algemeen echter beperkt tot enkele tientallen kbps.
GPRS
Omdat het bij GPRS (in tegenstelling tot de circuit-switched verbindingen van GSM) om een packet-switched verbinding gaat waarbij de kanalen alleen worden bezet als ze daadwerkelijk worden gebruikt, wordt dataverkeer over een GPRS verbinding per verstookte Mbyte afgerekend.
Hoewel alle vijf Nederlandse mobiele providers inmiddels GPRS aanbieden, is dat bepaald niet goedkoop in het gebruik.
Het kleinste Internet Everywhere abonnement van KPN kost 8 Euro per maand. Daarvoor is dan de eerste Mbyte vrij. Alle volgende Mbytes kosten ook weer 8 Euro. Voor het duurste abonnement moet 37,50 worden betaald. Alle verkeer boven de 25 Mbyte kost in dat geval anderhalve Euro extra per Mbyte.
De GPRS prijzen bij Vodafone zijn iets anders opgebouwd, maar in orde grootte vergelijkbaar met die van KPN. Bij een abonnement van 7,50 Euro kost dataverkeer anderhalve Euro per Mbyte. Neemt men voor twintig Euro tien Mbyte af, dan moet voor elke extra Mbyte 1,25 Euro worden bijbetaald.
UMTS
Vodafone was onlangs de eerste in Nederland die een UMTS dienst annonceerde. Afhankelijk van het gebruikte toestel kunnen met hun UMTS Data Connect Card snelheden tot 384/64 kbps (download/upload) worden gehaald. Op dit moment worden de Randstad en een aantal andere grote steden door het nieuwe netwerk afgedekt. De rest van Nederland volgt later. Op plaatsen zonder UMTS dekking wordt automatisch teruggeschakeld naar GPRS.
Ook KPN heeft aangekondigd halverwege dit jaar met zijn eerste UMTS dienst te zullen komen. En net als bij Vodafone zal dan in eerste instantie gaan om een netwerkkaart met dekking in de grote steden en langs grote wegen.
Internationaal
Wie veel op reis is en onderweg van zijn GPRS of UMTS toestel gebruik wil maken om data te verzenden, kan daarvoor zijn bestaande abonnement gebruiken. In alle landen waar onze aanbieders roaming overeenkomsten hebben afgesloten met lokale operators kan, als daar een GPRS of UMTS netwerk beschikbaar is, gewoon van het lokale netwerk gebruik worden gemaakt. Tegelijk met de introductie hier in Nederland brengt Vodafone zijn UMTS dienst bijvoorbeeld ook in Duitsland, Italië, Portugal, Spanje, Zweden en Engeland op de markt. De prijzen voor het internationale gebruik van GPRS en UMTS zijn wel exorbitant hoog. Voor een aantal wat Vodafone "voordeelnetwerken" noemt moet maar liefst 5 Euro per Mbyte worden betaald. Andere landen zijn nog veel duurder. In het buitenland doet men er daarom verstandiger aan om bijvoorbeeld een lokale WLAN provider op te zoeken.
Maar ook wereldwijde toegangsdiensten aangeboden via plaatselijke inbellijnen en access points bieden mogelijk uitkomst. GRIC, kort voor Global Reach Internet Connection, biedt remote en mobiele gebruikers toegang tot internet en VPN's via volgens eigen zeggen meer dan 40 duizend toegangspunten in meer dan 150 landen. Die netwerken zijn natuurlijk niet allemaal van GRIC zelf, maar van deelnemende telecom operators en internet access providers. GRIC verkoopt zichzelf dan ook een network aggregator.
Collega iPass biedt vergelijkbare diensten als GRIC. Net als dat bedrijf zegt ook iPass in meer dan 150 landen actief te zijn, al hebben zij in totaal maar 20 duizend toegangspunten.
Onvolwassen
Uit dit alles mag blijken dat de ondersteuning van remote en mobiele gebruikers nog erg onvolwassen is. Toegang tot het VPN via Internet of een inbelnummer is geen enkel probleem. Maar wil men echt mobiel aan de slag, dan is men afhankelijk van mogelijk onveilige WLAN access points, en trage en peperdure toegang via mobiele telefoon. Als men ook internationaal overal mobiele toegang wil hebben, dan wordt het nog lastiger.
Toch worden de mogelijkheden steeds beter. De komende jaren zal UMTS op grote schaal beschikbaar komen, en zullen de prijzen van dataverkeer snel naar beneden gaan. Daarnaast wordt hard gewerkt aan de integratie van WLAN en UMTS. Als er een WLAN access point in de buurt is, zal dat gebruikt worden voor mobiel dataverkeer. Op plaatsen waar geen WLAN beschikbaar is, zal men moeten terugvallen op het veel tragere en duurdere UMTS netwerk.
KPN heeft inmiddels de eerste stappen op dit gebied gezet. Sinds enkele maanden biedt dat bedrijf als proef Internet Everywhere via WLAN aan zijn mobiele abonnee's. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van het netwerk en de technologie van het vorig jaar overgenomen Huphop.
Nederlands (nl-NL)
English (United Kingdom) 
Plaats reactie