Signaleringssysteem moet leveranciers van netwerkverbindingen erbovenop helpen
Leveranciers van netwerkverbindingen hebben de grootste moeite het hoofd boven water te houden. Volgens Juniper kunnen zij hun klanten te weinig meerwaarde aanbieden omdat hun netwerken teveel versnipperd zijn en te weinig kwaliteits- en veiligheidsgaranties bieden.
Om de integratie op zowel netwerk- als managementniveau te verbeteren heeft Juniper het Infranet Initiative gelanceerd. Wat hen betreft groeit dit uit tot een industriebrede inspanning om te komen tot een signaleringsysteem voor IP/MPLS netwerken. Inmiddels heeft de Counsil zijn eerste officiële bijeenkomst achter de rug, en lijkt een nieuw samenwerkingsverband geboren.
De diensten die nu door de leveranciers van netwerkverbindingen worden aangeboden hebben te weinig waarde voor de gebruikers. Dat is volgens Benjamin Ellis, de Europese Product Marketing Manager van Juniper, waarom providers zo worstelen met hun markt. Zij hebben grote problemen om hun huidige verdiensten in stand te houden, en zijn al tijden op zoek naar de volgende "killer app". Dat is volgens hem ook een belangrijke reden dat steeds meer gebruikers samen met collega-ondernemers een vraagbundelingstraject in gang zetten. Wie meer wil dan zijn provider hem kan leveren, en voor veel minder geld, gaat zelf met dark fiber aan de slag. Men beheert dan niet alleen zelf het netwerk, maar stopt desnoods ook zelf de kabels in de grond. "EDI [Electronic Data Interchange] wordt nog altijd over private netwerken vervoerd. Het internet is daarvoor niet veilig genoeg. Bovendien kunnen gebruikers geen garanties krijgen over de beschikbaarheid van hun verbindingen."
Versnippering
De reden dat aanbieders zo veel moeite hebben om hun meerwaarde te vergroten, zit 'm volgens Ellis in de versnippering van de verschillende infrastructuren. Op dit moment hebben gebruikers naast hun traditionele vaste en mobiele telefonienetwerken ook nog eens te maken met allerlei verschillende datanetwerken gebaseerd op allerlei verschillende protocollen: IP, ATM en Frame Relay. "Op dit moment gebruiken we een apart netwerk voor elke dienst. Bovendien is er nauwelijks of geen sprake van integratie tussen de verschillende aanbieders." Een provider kan wel in samenwerking met een collega in een andere regio een verre verbinding leveren, maar geeft alleen garanties op zijn eigen gedeelte. "Internet exchanges houden geen rekening met kwaliteitsgaranties, maar leveren hun diensten op basis van best-effort."
Voor toepassingen als het web, mail en instant messaging is dit niet direct een probleem, wel voor VPN's en real-time content delivery. "De business van de telecom operators is niet om content af te leveren, maar om services aan te bieden, op een bepaalde plaats en tijd, en daar garanties voor te geven. Het gaat er niet om wat ze precies afleveren, maar hoe ze dat doen." "Dit gaat dan ook niet om technologie; het is een business issue. We moeten iets hebben om Service Level Agreements en billing informatie over het netwerk te communiceren."
Signalering
Juniper zoekt de oplossing voor deze problemen in een onderlinge integratie van infrastructuren op zowel netwerk- als managementniveau. Daarvoor moeten er standaarden komen om kwaliteits- en veiligheidseisen van verbindingen tussen de verschillende netwerken uit te kunnen wisselen. Dat zou allereerst moeten gebeuren op de Inter Carrier Interface (ICI), waar twee netwerken op elkaar aansluiten.
Wie bekend is met Signaling System 7 (SS7) dat in de telefoniewereld wordt gebruikt, heeft een goed idee hoe dit er uit zou kunnen komen te zien. Het SS7 protocol is een out-of-band signaleringssysteem waarmee managementinformatie over end-to-end telefoonverbindingen tussen alle betrokken systemen wordt uitgewisseld. Behalve om het opzetten van verbindingen, de routering daarvan, en allerlei database en directory lookup functies, gaat het bijvoorbeeld ook om informatie over de status van lijnen, de kwaliteit van het signaal en billing data.
Maar ook op wat Juniper heeft gedefinieerd als de User Network Interface (UNI), de plek waar een gebruiker aansluit op het netwerk van zijn provider, moeten vergelijkbare functies beschikbaar komen. Op die manier kan een applicatie via het netwerk verzoeken om een verbinding met een bepaalde kwaliteit of bandbreedte, tegen een bepaald tarief.
Ook hier kunnen we een vergelijking maken met de manier waarop het telefonienetwerk is ingericht. Naast de B-kanalen (Bearer) waarover de spraak of data verbindingen zelf worden vervoerd, bevat een ISDN aansluiting ook het D-kanaal (Delta). Hoewel er ook toepassingen zijn die dataverkeer over dit kanaal vervoeren (via het X.25 protocol), wordt het in eerste instantie gebruikt om de verbindingen over de B-kanalen te managen.
MPLS/IP
Naast deze uitbreidingen op beheersniveau staat Juniper ook de integratie van de verschillende netwerken voor. Volgens Ellis is het alleen mogelijk diensten samen te brengen, en meerwaarde te halen uit de integratie daarvan, als de onderliggende infrastructuren worden samengevoegd tot één enkel systeem. "Je wilt niet voor elke dienst een apart netwerk aanleggen. We moeten toe naar één onderliggend netwerk, dat niet alleen alle verschillende services levert, maar deze ook onderling met elkaar verbindt. Gedeelde netwerken zijn bovendien goedkoper."
Het is Juniper ook al duidelijk hoe die nieuwe integrale netwerken er uit zullen moeten gaan zien. "In de eerste fase zullen de verschillende netwerken in elkaar geschoven moeten worden. De gemeenschappelijke infrastructuur zal zijn gebaseerd op MPLS/IP. Alle leveranciers zijn het er wel over eens dat dat de technologie voor de toekomst zal zijn. Voice, ATM en Frame Relay zullen allemaal over datzelfde netwerk worden vervoerd."
MPLS (Multi-Protocol Label Switching) was in eerste instantie bedoeld om IP en ATM netwerken te kunnen combineren. Tegenwoordig wordt het vooral gebruikt om extra informatie over onder andere Virtual Private Networks (VPN's), Quality of Service parameters (QoS), en het beheer van verbindingen en verkeer te vervoeren. Via Label Switched Paths (LSP's) kunnen bepaalde soorten verkeer, bijvoorbeeld voor real-time toepassingen, apart gerouteerd worden.
Service agility
In de tweede fase zullen policies en controlemechanismen voor de nieuwe diensten moeten worden ingevoerd. Gebruikers, of waarschijnlijker: hun applicaties, kunnen dan zelf de benodigde bandbreedte en het vereiste service niveau instellen of aanvragen. Nu worden dit soort zaken zo goed en kwaad als het kan op applicatie niveau geregeld. Dat betekent wel dat daar steeds opnieuw dezelfde problemen moeten worden opgelost.
Wil men straks een video over het netwerk afspelen, dan zal daarvoor eerst meer capaciteit beschikbaar (moeten) worden gemaakt (Application Admission Control). Microsoft Media Server biedt dergelijke mogelijkheden nu al. De applicatie vraagt het netwerk of deze genoeg capaciteit heeft om bijvoorbeeld een film te kunnen transporteren. Is dat niet het geval, dan geeft de toepassing een melding naar de gebruiker.
Daarnaast zal straks veel dynamischer over de prijs van verbindingen kunnen worden onderhandeld. Is het druk, dan betaald men meer voor een bredere en betere verbinding. Is het rustig, dan betaalt men minder. Zo heeft het Noorse telefoonbedrijf Telenor datatransfers die in de nacht worden uitgevoerd gratis gemaakt. Dan kunnen bijvoorbeeld remote backup's worden gemaakt. Op die manier kan het bedrijf het gebruik van zijn netwerken zodanig sturen dat die zo efficient mogelijk worden gebruikt. Belangrijkste voordeel van deze flexibilisering van verbindingen en prijzen voor de afnemer is natuurlijk dat deze niet meer maanden hoeft te wachten voor het veranderen van zijn verbindingen ("paying for the pipe"), maar dat hij nu direct de bandbreedte en kwaliteit kan krijgen die hij op dit moment nodig heeft (service agility). Als straks, typisch via web services, machines onderling veel meer autonoom met elkaar communiceren, wordt dergelijke mogelijkheden zelfs nog veel belangrijker.
Standaardisatie
Als laatste zullen de ICI en UNI interfaces moeten worden gestandaardiseerd. Hiervoor zullen een aantal bestaande protocollen kunnen worden gebruikt. Daarvoor komen bijvoorbeeld in aanmerking: BGP4 (Border Gateway Protocol, voor routering tussen verschillende IP netwerken), COPS (Common Open Policy Service, een signaleringsprotocol voor QoS policies), PNNI (Private Network-to-Network Interface, een QoS-georiënteerd routing algoritme voor ATM), BICI (Broadband Inter-Carrier Interface, een ATM standaard voor virtuele verbindingen over verschillende netwerken heen, gebaseerd op SS7), OIF UNI (Optical Internetworking Forum User Network Interface, een signaling en billing protocol voor optische IP netwerken gebaseerd op GMPLS, LMP (Link Management Protocol, signaleringsprotocol voor optische netwerken) en RSVP (ReSerVation Protocol, QoS reserveringsprotocol)) en GMPLS (Generalized MPLS, GPLS uitgebreid voor optische netwerken).
"Waar bestaande protocollen niet voldoende zijn, zullen deze moeten worden uitgebreid. Veel technologie is er echter al, bijvoorbeeld voor billing, maar operators hebben daarin nog geen keuzen gemaakt.
Omdat dit initiatief nog zo pril is, verwacht Ellis dat sommige providers hun eigen subset van uitbreidingen aan deze protocollen zullen toevoegen. Juniper zelf zal in ieder geval helpen om de ontwikkelingen richting te geven, en de eerste voorstellen in zijn eigen apparatuur en SDX-300 management software toepassen.
De onlangs geïntroduceerde M320 MSE (Multiservice Edge Platform) is Juniper's eerste Infranet-ready systeem. In combinatie met J-FASE (Juniper Frame Relay and ATM Service Emulation) kan deze 10 Gbps switch Frame Relay en ATM verbindingen emuleren, zonder dat daarbij de QoS instellingen verloren gaan. Volgens Ellis is in de bestaande switches maar weinig gedaan om de verbindingskarakteristieken van dergelijke "legacy" protocollen te behouden.
Ook Juniper's Infranet partner Lucent is druk met het aanpassen van zijn producten. De Infranet technologie zal onderdeel worden van hun NAVIS iOperations management software.
Opwaarderen
Belangrijke vraag is natuurlijk of operators en andere gebruikers hun bestaande apparatuur hiervoor zullen moeten opwaarderen. Als je, zoals bij veel providers het geval is, maar een beperkt deel van de ATM features gebruikt, kom je volgens Ellis met bestaande IP/MPLS apparatuur al een heel eind. Apparatuur die alleen IP ondersteunt zal wel vervangen moeten worden om gebruik te maken van de nieuwe mogelijkheden. Over de eigen klanten maakt Ellis zich het minst zorgen; die kunnen met hun bestaande systemen waarschijnlijk heel behoorlijk uit de voeten.
Volgens Ellis zijn er maar twee andere leveranciers die zich ook nu al met vergelijkbare oplossingen bezighouden, "Laurel en Tellabs, maar die worden hier maar nauwelijks gebruikt."
Industrie-breed
Juniper heeft het hele Infranet Initiatief weliswaar aangezwengeld, maar verkeert niet in de illusie deze kar alleen te kunnen trekken. Wat hen betreft wordt dit een initiatief waar de hele industrie bij betrokken is. "De Infranet Initiative Counsil moet een eigen entiteit worden. Daarom heeft Juniper daarover ook geen verdere aankondigingen gedaan. Wij hebben dit alleen geïnitieerd. Nu moet de Counsil het zelf gaan doen."
Onlangs vond dan ook de eerste echte Infranet bijeenkomst plaats. Behalve Juniper zelf waren daar ook een tien hele grote spelers uit de telecomwereld bij betrokken. Doel van deze eerste bijeenkomst was om vast stellen of dit initiatief wel of niet voldoende belangstelling had om door te zetten, en als dat dan inderdaad zo was, wat men dan de komende tijd precies wilde gaan doen.
Ellis geeft aan dat die belangstelling inderdaad gebleken is. Behalve carriers en leveranciers van voice en netwerkproducten blijken ook MPLS gebruikers zelf erg geïnteresseerd. Zij zullen de Infranet technologie naar verwachting ook intern gaan gebruiken om hun eigen afzonderlijke netwerken aan elkaar te knopen.
Volgens Ellis zijn collega leveranciers, bijvoorbeeld Cisco, vooralsnog niet benaderd voor deelname aan dit initiatief. "Zij zouden waarschijnlijk toch direct nee gezegd hebben. Maar zij en anderen zijn van harte welkom. Nu het Infranet momentum begint te krijgen, verwacht ik wel dat ook anderen mee zullen willen doen. Dit moet een industrie-breed initiatief worden."
Rondvraag bij andere leveranciers leert dat het inderdaad nog erg vroeg is. Henk Bruijns, Director Business Development van Nortel Benelux, zegt dat Juniper inderdaad een wezenlijk probleem aankaart, en noemt hun initiatief daarom een goede zaak. Nortel zoekt de oplossingen echter in een technologisch andere richting. Antti Kankkunen, de Vice President Product Strategy van Tellabs heeft de indruk dat dit initiatief op dit moment nog vooral een marketing camapgne van een enkel bedrijf is in plaats van een discussieplatform voor de hele industrie. "Zodra dit zich ontwikkelt tot een echt richtinggevend forum zal Tellabs zich hier natuurlijk bij aansluiten." Laurel laat weten nog niet door Juniper te zijn benaderd, en weet dan ook niet meer van Infranet dan op hun web site te vinden is. En ook Cisco geeft aan op dit moment nog niet te kunnen reageren.
Niek van Bemmel van Juniper spreekt de hoop uit dat de Counsil snel naar buiten zal treden. "We hebben meer applicatieleveranciers nodig." Zowiezo gaat het niet om problemen die snel oplosbaar zijn. Hij spreekt van een lange-termijn project dat zeker drie, vier jaar in beslag zal nemen. Ellis: "Op dit moment wordt nog gewerkt aan het duidelijk formuleren van de doelstellingen. De belangrijkste vraag is hoe we "daar" komen. Eerst moeten we "daar" goed definiëren. Pas daarna kunnen we praten over "hoe"." Hij verwacht wel op hele korte termijn de eerste officiële aankondigingen van de Infranet Initiative Counsil.
Dit artikel verscheen eerder in Telecom Magazine.
Nederlands (nl-NL)
English (United Kingdom) 
Plaats reactie