Flexibiliteit moet vooral komen van werknemers die de rigide procedures binnen hun organisatie weten te omzeilen
Nederlandse ondernemingen zijn niet flexibel genoeg om goed met veranderingen in de markt om te kunnen gaan. Dat blijkt uit een onderzoek dat de Rotterdam School of Management van de Erasmus Universiteit in opdracht van HP heeft uitgevoerd.
De ondervraagden bij ruim 200 bedrijven gaven aan vooral moeite te hebben met prijzenoorlogen en slinkende marges. Andere veel genoemde probleemgebieden waren een veranderende klantvraag, afnemende klantloyaliteit, goedkopere producten en diensten, grote organisatorische veranderingen als fusies en overnames, en de integratie met informatiesystemen van anderen.
Volgens hoogleraar Peter Vervest hebben zowel infrastructuur als bedrijfscultuur een belangrijke invloed op de flexibiliteit van de onderneming. Veranderingen worden vertraagd of gedwarsboomd door verouderde systemen. Een centraal ICT-beleid vergroot volgens hem de zakelijke flexibiliteit.
Daarnaast heeft vooral bureaucratie een verlammende werking op organisaties. In die gevallen moet de flexibiliteit vooral komen van kiene werknemers die de rigide procedures binnen hun organisatie handig weten te omzeilen.
Met deze resultaten in de hand verbaast Vervest zich over de lage prioriteit die deze zaken binnen de onderneming hebben. Hij pleit daarom voor een discussie op het niveau van de Raad van Bestuur.
Dit artikel verscheen eerder in C-sharp.
Nederlands (nl-NL)
English (United Kingdom) 
Plaats reactie