Meiny Prins, de directeur van Priva
Meiny Prins, de directeur van Priva

Het is in Nederland moeilijk de handen op elkaar te krijgen voor investeringen in duurzaamheid. Ondanks dat grote besparingen kunnen worden gerealiseerd door warmte van kassen naar woonwijken te transporteren, zijn er nauwelijks projectontwikkelaars te vinden die hier in mee willen gaan. En waar dat wel lukt, komen besparingen nooit bij de eindgebruikers terecht. Dat zegt Meiny Prins, de directeur van Priva.

"Ik ben verbaasd over de terughoudendheid van gemeenten en projectontwikkelaars als het gaat om investeringen in duurzaamheid, zeker gezien de CO2-doelstellingen voor 2020 waar we ons in het Kyoto-verdrag aan hebben verplicht."

De nieuwe nuts

"Anderhalf jaar geleden zeiden we tegen de gemeente Westland dat het goed zou zijn als zij een statement af zouden geven. Als belangrijk glastuinbouwgebied zou het Westland een voorbeeldfunctie kunnen hebben." Uitkomst daarvan is het plan Het Nieuwe Water. Daarbij wordt een wijk van 1200 woningen gekoppeld aan de kassen. Over ruim een jaar moet de eerste paal de grond in, maar projectontwikkelaars vinden het risico te hoog. "Duurzame zaken worden daarom als eerste uit het bestek geschrapt. En ook de aanbestedingsregels maken het lastig om partnerships aan te gaan."

Het rekensommetje dat Prins maakt laat echter enorme besparingsmogelijkheden zien. "Om een wijk van 1200 woningen te verwarmen is één hectare aan kassen genoeg. We hebben alleen in het Westland al 2700 hectare staan. Door de warmte van de kassen naar de huizen te brengen, wordt circa vijftien procent op CO2 en bijna veertig procent op energie bespaard. Bovendien is het comfort voor de bewoners hoger. De extra investering verdien je terug in vijf tot zeven jaar."

Lef

Vanwege de hindernissen waar gemeenten tegenaan lopen, probeert Prins de risico's voor hen te beperken. "Ze zeggen allemaal dat ze willen, maar in de praktijk komen dit soort projecten onderaan de agenda terecht. Daarom hebben we een haalbaarheidsstudie gemaakt. Tot nu toe leken deze plannen altijd te duur door het transport van (zonne-)warmte door leidingen."

Prins zegt dan ook op zoek te zijn naar een gremium om duurzame projecten te kunnen realiseren. "Je hebt meerdere partijen nodig om dit mogelijk te maken. Alle landen om ons heen tonen veel meer lef in het maken van keuzen. We zijn in Nederland heel ver in de techniek, maar de concrete mogelijkheden ontbreken."

"We hebben hier wel een aantal voorbeelden van duurzame projecten. Een daarvan is de Burgemeesterswijk in Maassluis, waar warmteopslag in de bodem plaatsvindt. De energieprijzen voor de gebruikers zijn er echter gekoppeld aan de olie- en gasprijs. Het voordeel komt op die manier niet bij hen terecht." Vraagbundeling zou daarom een interessante optie zijn. Daarbij organiseren bedrijventerreinen of woonwijken zelf hun infrastructuur, zoals dat een paar jaar geleden voor glasvezel regelmatig gebeurde.

Markt

Prins heeft maar weinig vertrouwen in initiatieven uit de overheid zelf. "De energiemarkt is zogenaamd geprivatiseerd. Maar als je kijkt naar het prijsvormingsbeleid voor gas en de discussie over wat er nu wel en niet gaat gebeuren met de intelligente meter, dan ziet dat er in de praktijk toch heel anders uit. Laten we hopen dat we inderdaad in een overgangsfase zitten en niet in structurele problemen."

Dit artikel verscheen eerder in Energy Magazine.

Plaats reactie

Security code Vernieuwen

Verstuur