Acute problemen vragen om creatieve oplossingen
TenneT, de Nederlandse elektriciteitstransporteur, bevindt zich in een lastige positie. Enerzijds heeft het te maken met een snel veranderende markt. Daarin worden een heleboel nieuwe initiatieven voor productie ontwikkeld, waarvoor allemaal een aansluiting en transportcapaciteit wordt gevraagd. Bovendien breiden het netwerk en de verantwoordelijkheden zich niet alleen nationaal maar ook lokaal en internationaal uit. Anderzijds duurt het tien jaar voordat nieuwe verbindingen operationeel zijn. Dat betekent dat TenneT op dit moment vooral creatief moet zijn om acute problemen op te lossen.
TenneT bevindt zich in een ingewikkeld spagaat. Er zit namelijk een enorm verschil in de tijd waarmee nieuwe aansluitingen aangevraagd worden en de tijd die het kost om de hoogspanningsinfrastructuur uit te breiden. "Er zijn de laatste tijd een heleboel initiatieven voor nieuwe productie," vertelt operationeel directeur Ben Voorhorst. Hij noemt kolencentrales, gascentrales en warmtekrachtkoppelingen (WKK's) als belangrijke energieleveranciers. "We zien een enorme aanwas van aanvragen om aangesloten te worden."
"Op diverse plekken is de beschikbare transportcapaciteit daarvoor ontoereikend. Hoewel er op andere locaties nog voldoende ruimte beschikbaar is, willen stroomleveranciers bijvoorbeeld vanwege de koeling dicht bij het water zitten." Dat betekent dat er op dit moment knelpunten voor de productie zijn bij de Eemshaven (Groningen), de Maasvlakte (Rotterdam) en Borsele (Zeeland).
Mismatch
Hoewel de netwerk-organisatie TSO (Transmission System Operator) verplicht is iedereen aan te sluiten die daar om vraagt, heeft dat voor sommige locaties lange wachttijden tot gevolg. In het Westland waar tuinders met hun WKK's 's nachts een heleboel stroom afnemen en overdag weer afgeven, heeft dit zelfs geleid tot wat inmiddels de WKK-crisis heet. Zowel het regionale net van Westland Infra als het daarbovenliggende 380 kVolt TenneT-netwerk is niet op dat aanbod berekend. Dat betekent dat de tuinders voorlopig geen stroom kunnen aanleveren.
"De tuinders hebben gezamenlijk een capaciteit neergezet die vergelijkbaar is met die van een centrale," legt Voorhorst uit. "Het kan zijn dat ze 's nachts een vermogen van 300 MWatt afnemen en overdag 300 MWatt aanleveren. Het verschil is 600 MWatt. Als ondernemer spelen zij goed in op de ontwikkelingen in de energiemarkt, maar daardoor hebben we op die plek nu te maken met een mismatch tussen het aanbod en capaciteit van het netwerk."
WKK-crisis
Omdat de infrastructuur dat niet toelaat, kunnen tuinders in het Westland op dit moment geen aansluiting meer krijgen voor hun warmtekrachtkoppelingen (WKK's). Dat zijn kleine centrales die zowel warmte als electriciteit kunnen leveren. De warmte en de kooldioxide worden gebruikt om de gewassen in de kassen te laten groeien. Het overschot aan stroom (overdag) kan in principe teruggeleverd worden aan het energienet.
De huidige infrastructuur van Westland Infra en het TenneT-netwerk zijn echter niet berekend op de vele WKK's die de Westlandse tuinders de afgelopen jaren hebben neergezet. Om te mogen aanleveren, moeten alle aanbieders een overeenkomst met TenneT sluiten. Hoewel de TSO verplicht is iedereen aan te sluiten, mag het dat pas doen als de capaciteit daarvoor ook aanwezig is. Dat betekent dat er op dit moment in het Westland geen nieuwe WKK's kunnen worden aangesloten.
Tijdelijke maatregelen
TenneT werkt inmiddels aan tijdelijke oplossingen. Om te beginnen wordt transportcapaciteit naar Den Haag beschikbaar gemaakt. Dat duurt echter nog tot eind 2010. Tot die tijd wordt gewerkt met congestiemanagement. In het Westland (en op andere knelpunten) zal de aanlevering door producenten worden gereguleerd met behulp van marktwerking naast de bestaande contracten.
Producenten buiten de probleemgebieden zullen extra kunnen produceren. Zij worden daarvoor (gedeeltelijk) betaald met geld dat producenten op de knelpunten bereid zijn te betalen om niet te hoeven produceren (zij maken dan immers geen kosten voor de brandstof). Dit systeem moet in het najaar operationeel zijn.
Sinds 1 februari kunnen nieuwkomers (in Noord-Holland) wel onder de zogenaamde runback-voorwaarden worden aangesloten. Dat betekent dat deze aanbieders als eerste hun capaciteit moeten terugschalen als TenneT de dag tevoren een overbelasting verwacht. Het verschil met congestiemanagement is dat runbackers geen compensatie krijgen.
Aansluiten
Om een idee te geven hoeveel 600 MWatt precies is: het totale verbruik in Nederland is ongeveer 15 duizend MWatt groot. "Wij hanteren de ruwe vuistregel dat 1 MWatt overeenkomt met het verbruik van duizend huishoudens," aldus Voorhorst. Maar dezelfde problematiek speelt ook in industriegebieden. Bedrijven die veel warmte produceren, kunnen die omzetten in stroom. "Met alle aandacht voor duurzaamheid wordt veel gedaan om de primaire brandstoffen beter te benutten."
Maar ook windmolens dragen inmiddels hun steentje bij. "Vroeger was de capaciteit daarvan niet zo groot. Maar van de moderne windmolens heeft de kleinste nu al een capaciteit van maximaal twee MWatt. De grootste kan vijf MWatt leveren. Als je vijftig nieuwe turbines neerzet, dan tikt dat toch behoorlijk aan."
"Wij hebben de wettelijke taak om iedereen aan te sluiten," schetst Voorhorst zijn probleem. "De vraag is hoe snel je kunt bijbouwen. Een tuinder die een WKK wil neerzetten, heeft zijn vergunningen in een half jaar rond. Op dit moment zijn we de Randstad380 lijn aan het aanleggen. We hopen die in 2010 te kunnen gaan gebruiken. De kosten van dat project bedragen 600 miljoen Euro, en we zijn daar al in 2000 mee begonnen."
Capaciteitsplan
Dat betekent dat nu al ontwikkeld moet worden voor de markt zoals die er over tien jaar uitziet. "Om in Nederland iets voor elkaar te krijgen, dat duurt wel even," aldus Voorhorst. "Het zijn ook processen die uitermate zorgvuldig uitgevoerd moeten worden. Doe je dat niet, dan krijg je te maken met procedures. En dan kan je ineens twee jaar stil staan."
Naast de bureaucratie van allerlei overheden maken ook praktische problemen de aanleg van nieuwe lijnen tot een langdurige aangelegenheid. Er moet immers een traject gevonden worden voor de masten en kabels. Daarbij heeft TenneT niet alleen te maken met de grondeigenaren maar ook met regelgeving die de aanwezigheid van bebouwing binnen een bepaald stralingsgebied (het magnetische veld) rond de lijnen verbiedt.
"We willen graag investeren," zegt Voorhorst, "De behoefte aan transportcapaciteit neemt nog steeds toe. Ons probleem is de timing. We kunnen ook niet zomaar vooruit investeren. De afschrijvingstermijn van de hoogspanningsmasten is veertig tot zestig jaar."
"Vandaar dat wij elke twee jaar een nieuw capaciteitsplan schrijven. Daarin kijken we zeven jaar vooruit." Afgelopen maand is juist weer een nieuw plan beschikbaar gekomen. Belangrijkste aandachtspunt daarin is de enorme dynamiek in de bouw van centrales, een gevolg van de vrijere markt en de internationale handel.
Randstad380
TenneT werkt op dit moment aan de uitbreiding van de capaciteit van het hoogspanningsnet in de Randstad. Belangrijkste onderdeel van dit Randstad380 project is de nieuwe verbinding van de Maasvlakte via Bleiswijk naar Beverwijk. Volgend jaar wordt het eerste gedeelte in gebruik genomen.
Waar mogelijk wordt voor het nieuwe traject gebruik gemaakt van de infrastructuur van de bestaande regionale 150 kV-netwerken. Daarnaast zal TenneT een nieuw type mast inzetten. Bij het oude concept mag vanwege de elektromagnetische straling in een strook van 300 meter rond de lijn niet gebouwd worden. De nieuwe Wintrack-masten reduceren deze zogenaamde magneetveldzone met meer dan zestig procent. Dat maakt het een stuk eenvoudiger de nieuwe verbindingen in de drukbezette Randstad in te passen.
Marktmeester
Totdat TenneT voldoende capaciteit heeft bijgebouwd om de knelpunten op te lossen, moet de transporteur vooral slim omgaan met de capaciteit die ze hebben. Daarvoor maken ze gebruik van hun rol als marktmeester.
"Wij moeten zorgen dat er voldoende capaciteit is," aldus Voorhorst, "We bouwen daarom voor het maximum van wat aangeleverd en afgenomen kan worden. Gaan we over onze limieten heen, dan worden de lijnen automatisch uitgeschakeld. Anders zou de apparatuur stuk gaan." Het risico van het afschakelen van een lijn is echter dat er een domino-effect ontstaat op de andere lijnen die de vraag op moeten vangen. "Om zo'n cascade te voorkomen, moet je heel snel reageren of overcapaciteit inbouwen."
Later dit jaar zal daarom het systeem van congestiemanagement in gebruik worden genomen. "We vragen producenten de dag tevoren wat ze gaan doen," legt Voorhorst uit. "Zij moeten een voorspelling geven van wat ze elk kwartier gaan leveren. Zou dat tot overbelasting leiden, dan mag in de probleemgebieden wat minder aangeleverd worden, en op andere plekken wat meer. De energieleveranciers worden daarvoor financieel gecompenseerd. Ondertussen bouwen we bij om de knelpunten op te lossen. Maar dat kan dus wel een aantal jaren duren."
Om die reden heeft TenneT bijvoorbeeld moeten besluiten om de lijn Assen - Hoogeveen - Zwolle, die op de nominatie stond om gesloten te worden, op te waarderen. En ondertussen wordt onderzocht hoe ook de Eemshaven en Lelystad via een extra lijn met elkaar verbonden kunnen worden.
Lokale netwerken
Naast de grote landelijke 380 kVolt stroomlijnen, is TenneT sinds een jaar ook verantwoordelijk voor de lokale 110/150 kVolt netwerken. "Die zijn door de vroegere provinciale energiebedrijven opgezet," vertelt Voorhorst. "Je kunt op de netwerkkaart de provinciegrenzen nog zien. Bovendien zijn die lokale netwerken niet overal hetzelfde. In Overijssel gebruikt men bijvoorbeeld 110 kVolt, terwijl dat in Gelderland 150 is."
Dat is ook precies de reden dat deze netwerken onder het beheer van TenneT zijn gekomen. Op die manier kunnen capaciteit en betrouwbaarheid beter worden gecontroleerd. "In die netwerken zitten nu losse uitlopers. Op dit moment denken we na of die met elkaar moeten worden verbonden of in ringen moeten worden verwerkt."
Zo kunnen grote storingen zoals in Haaksbergen en Bommelerwaard worden voorkomen. Nadat Haaksbergen en omstreken twee jaar daarvoor ook al twee dagen zonder stroom had gezeten, voer een jaar geleden een drijvende kraan door de hoogspanningslijnen heen. Bij Zaltbommel vloog eind vorig jaar een Apache helicopter tegen een lijn van Continuon aan. Als gevolg daarvan zaten zo'n honderdduizend mensen in de Tieler- en Bommelerwaard twee dagen zonder stroom. Had er een ringstructuur gelegen, dan had de onderbreking wellicht veel sneller kunnen worden opgelost. "Maar dat is niemands schuld." zegt Voorhorst. "Dat is historisch zo gegroeid." Eind dit jaar komt TenneT met een analyse en aanbevelingen voor de lokale netwerken.
Behalve voor de infrastructuur heeft de overdracht ook grote consequenties voor de TenneT-organisatie zelf. "We hadden voorheen drieduizend kilometer netwerk en vijftig stations onder onze hoede," zegt Voorhorst. "Straks is dat negenduizend kilometer en 250 stations. Dat doe je niet even erbij. De overdracht gebeurt dan ook geleidelijk; we zijn hier al twee jaar mee bezig. Het licht moet blijven branden. De leveringszekerheid staat voorop."
Beweeglijkheid
Tenslotte zijn met de liberalisering van de energiemarkten in Noord-West-Europa ook de internationale verbindingen veel belangrijker geworden. "De beweeglijkheid is enorm toegenomen," aldus Voorhorst. Maar ook daar geldt weer dat er op dit moment niet voldoende connectiviteit is om de markt te bedienen.
"We hebben al sinds de jaren '60 verbindingen met de ons omringende landen, maar dat is niet genoeg. Die internationale koppelingen waren in eerste instantie bedoeld om elkaar te kunnen helpen. Nu moeten we de Europese markt kunnen faciliteren. Nederland zit op dit moment in de overgang van een importeur van stroom naar een exporteur. De nationale marktplaatsen worden aan elkaar gekoppeld. Voor België en Frankrijk is het al zo ver. Daar worden elk uur de prijzen gemaakt. De TSO's moeten zorgen dat de stroom daadwerkelijk getransporteerd kan worden."
Om dat uiteindelijk voor heel Noord-West-Europa te kunnen doen, moet nog wel een hele hoop werk worden verzet. "De dynamiek in de netten neemt toe," zegt Voorhorst. "We moeten operationeel meer met elkaar afstemmen. In november 2006 hebben we kunnen zien hoe een probleem in Duitsland leidde tot stroomuitval in Portugal. Onze buren en wij zijn tot elkaar veroordeeld."
Handelsovereenkomsten
Op dit moment wordt nog gewerkt aan de nieuwe koppeling met Noorwegen (NorNed). Die had eind vorig jaar in gebruik moeten worden genomen, maar er zaten twee kabelfouten in. De laatste wordt nu gerepareerd. "We hebben daar de afgelopen drie jaar hard aan gewerkt," zegt Voorhorst. "In totaal gaat het om een capaciteit van 700 MWatt. Met een lengte van 580 kilometer is dit de langste onderzeekabel ter wereld." De kosten ervan bedragen 600 miljoen Euro.
Naast een onderzeekabel naar Engeland (BritNed) is TenneT op dit moment ook bezig om een verbinding tussen Doetichem en Niederrhein in Duitsland te realiseren. Voorhorst hoopt die lijn over een jaar in de lucht te hebben.
Daarmee kan de handelsovereenkomst van de vijf huidige landen (Benelux, Duitsland, Frankrijk) verder worden uitgebreid. "Op termijn zal heel Centraal-West-Europa met elkaar verbonden zijn." Hoewel we nog midden in deze ontwikkeling zitten, ziet Voorhorst nu al resultaat. "De Europese prijzen zijn de afgelopen tijd dichter bij elkaar gekomen."
Dit artikel verscheen eerder in Energy Magazine.
Nederlands (nl-NL)
English (United Kingdom) 
Plaats reactie