"Op dit moment hebben wij onze zaakjes al prima op orde"

Alle bladen, inclusief IT Executive, staan op dit moment vol van de voordelen die virtualisatie met zich meebrengt. Als je leest over besparingen van vele tientallen procenten op hardware, stroomverbruik en beheer, zou je wel gek zijn om die kans te laten liggen. Jan-Paul Krijgsman, de manager ICT Department van De Ruiter Seeds kwam echter tot een hele andere conclusie.

"Er zijn een heleboel zaken rond virtualisatie die problemen gaan opleveren," zegt hij. "Mij werd gevraagd om een strategisch plan te maken. Naar aanleiding van het huiswerk dat ik daarvoor heb gedaan, hebben we besloten om voorlopig niet te virtualiseren."

Jan-Paul Krijgsman, de manager ICT Department van De Ruiter Seeds
Jan-Paul Krijgsman, de manager ICT Department van De Ruiter Seeds

Stepping

Een van de grootste obstakels die Krijgsman ziet, is de onderliggende infrastructuur. "Door software en hardware los te koppelen, zouden we langer kunnen doen met de bestaande systemen. Maar de huidige hardware is meestal niet geschikt om als onderlaag te dienen. Wil je resources met VMotion flexibel kunnen toewijzen, dan moet alle hardware uniform zijn. De processoren moeten dezelfde stepping hebben, anders werkt het niet."

"Blade servers zijn dan een voor de hand liggende keuze. Leveranciers zeggen dat je zo'n chassis nu voor de helft vol kunt stoppen, en dan later capaciteit bij kunt kopen. Maar hoe zet je in de toekomst snellere processoren in als die straks een andere stepping hebben?"

Het sommetje dat Krijgsman daarbij maakt, komt inderdaad heel ongunstig uit. "Stel je koopt een chassis met ruimte voor twaalf blades. Dat vul je nu met vier blades van hetzelfde type. Stijgt de behoefte, dan koop je er volgend jaar nog vier bij. Zijn die van een ander type, dan ruil je de eerste vier daarbij in voor nieuwe. Het jaar daarop herhaalt dit zich. In totaal kom je dan op vier plus acht plus twaalf is vierentwintig blades, twee keer zo veel als je nodig had."

Licenties

Voor de licenties kan Krijgsman een vergelijkbare berekening maken. "Als je twee fysieke servers hebt waarop je twee maal twee virtuele machines draait, dan kost dat in eerste instantie vier licenties. Maar als ik bij een fail-over die virtuele machines naar de andere server wil verplaatsen, dan moet ik daar ook nog eens licenties voor kopen. Microsoft zegt immers dat elke licentie is gekoppeld aan een specifiek stuk hardware. Als ik compliant wil zijn, dan moet ik dus acht in plaats van vier licenties betalen."

"Een alternatief is natuurlijk om meerdere applicaties per operating system te draaien," aldus Krijgsman, "maar dan hoef ik natuurlijk niet meer te virtualiseren. De meeste IT-managers willen vanwege het beheer juist maar één applicatie op een operating system."

"Ik kan volgens Microsoft ook de Datacenter editie kopen in plaats van Windows Server 2003. Dan betaal ik niet vier extra licenties maar toch nog de prijs van tweeënhalf extra." Krijgsman verwacht wel dat virtualisatie goedkoper zal worden als Microsoft met zijn eigen hypervisor komt, maar heeft weinig vertrouwen in de leverancier als het gaat om andere virtualisatie-platforms. "Ze zullen daar wel een truuk voor bedenken."

Kilo goud

Ook als het gaat om de veelgeprezen flexibiliteit heeft krijgsman wel wat kanttekeningen te maken. "Ik wil mijn in-memory transacties niet kwijt als de hardware het laat afweten. Dat kost ons direct een hoop geld: een kilo zaad is duurder dan een kilo goud. Je kunt echter geen software-redundantie uit je virtualisatie-platform halen. Een migratie vindt immers alleen plaats als het operating system of de hardware het laat afweten. Op dit moment kun je niet monitoren op services."

"Wil je je lopende transacties redden, dan kun je bijvoorbeeld cluster-technologie inzetten. Je zou die systemen dan kunnen virtualiseren, maar daar zitten wel haken en ogen aan. Beide nodes mogen natuurlijk nooit op dezelfde hardware draaien. Uit de documentatie van de leveriers blijkt dat je daarvoor een aparte fysieke netwerkaansluiting tussen de twee systemen moet aanleggen. Bovendien kunnen de cluster-besturingssystemen alleen van lokale storage (DAS, Direct Attached Storage) opstarten. En de verbinding naar het SAN moet "raw" in plaats van virtueel zijn. Op die manier wordt de cluster-technologie nog complexer dan die al was." Zelf maakt De Ruiter Seeds voor zijn transactieverwerkers nu gebruik van de fault-tolerante hardware van Stratus.

Hick-up

Krijgsman stelt vast dat met bovengenoemde zaken – de noodzaak om één type hardware te gebruiken, de licentie-problematiek en de high-availability eisen – de loskoppeling van hardware en software nog lang geen feit is. Ook de mogelijkheden om gevirtualiseerde systemen flexibel op te schalen zijn volgens hem uiterst beperkt. "SQL Server is standaard gebonden aan twee processoren. Ik kan niet bijschakelen zonder dat dat consequenties heeft voor mijn licentie. Hetzelfde geldt voor Oracle en Business Objects. Daarvoor hoef ik dus niet te virtualiseren. Die kan ik alleen op één systeem draaien, namelijk het beste dat ik kan krijgen."

Bovendien zou het volgens Krijgsman voor de gebruikers al te laat zijn als VMotion de werklasten gaat herverdelen. "Omgevingen worden altijd ingericht op de piekbelasting van de server. De infrastructuur wordt het zwaarst belast 's ochtends, als iedereen zijn pc opstart, zijn applicaties opent en de eerste files van de servers trekt. Dan moeten de domain controllers, de dns servers en business-toepassingen alle inlog- en opstart-acties verwerken."

"Draaien meerdere virtuele machines op dat moment op dezelfde hardware, dan schiet de processorcapaciteit of de I/O throughput naar zijn maximum. Dan grijpt VMotion in, maar is het al te laat. De gebruikers ondervinden een hick-up; dodelijk voor de acceptatiegraad. Je kunt de verdeling van virtuele machines over de hardware natuurlijk van tevoren regelen, maar dat is nou precies wat je niet wilde. Bovendien moet je je realiseren dat de hypervisor zelf een overhead heeft van vijftien procent. Draait een server al op zijn piek, dan kost virtualisatie nog eens extra vermogen."

Traag

Maar Krijgsman heeft nog meer bezwaren omtrent het beheer. "Bij problemen maakt virtualisatie het extra lastig. Als een systeem traag reageerde, moet je uitzoeken waardoor dat werd veroorzaakt. Is het een slecht geschreven routine of query? Was het een combinatie van hoge belasting en een zware query? Of was het misschien druk op het netwerk? In een gevirtualiseerde omgeving komen daar allerlei nieuwe vragen bij. Draaide het operating system op een machine met voldoende capaciteit? Welke andere systemen draaiden er tegelijkertijd op dat systeem? Wat was hun belasting? Was de gezamenlijke I/O naar disk niet te hoog? Hoe zit het met het gezamenlijke geheugengebruik? Ondanks alle tools wordt het er niet gemakkelijker op."

Tenslotte is er nog het gemak waarmee virtuele machines kunnen worden uitgerold. "Je zult een sterk change management proces moeten implementeren om een wildgroei aan servers te voorkomen. De snelheid waarmee een virtuele server kan worden vervangen is fantastisch. Het gevaar bestaat echter dat de aandacht voor een goede werking na een patch verslapt. We hebben het immers zo in de lucht, maar ook weer zo uit de lucht als het niet goed is. Dus waarom zouden we uitgebreid testen? Zonder change/patch management en versiebeheer van de virtuele servers zul je je gebruikers onnodig frustreren."

OTA-omgeving

Krijgsman geeft nadrukkelijk aan geen tegenstander van virtualisatie te zijn. "Maar denk goed na of en waarom je wilt virtualiseren. Planning en beheer worden complexer. Er is geen loskoppeling van hardware en software. De investeringen in hardware, licenties en beheer-software zullen omhoog gaan.  Totdat die problemen opgelost zijn, blijft virtualisatie bij ons beperkt tot de OTA-omgeving (Ontwikkeling, Test en Acceptatie). Voor de rest hebben wij op dit moment onze zaakjes al prima op orde."

Dit artikel verscheen eerder in IT Executive.

Plaats reactie

Security code Vernieuwen

Verstuur