Na datacenter nu ook desktop aan de beurt

De virtualisatie van het rekencentrum was een eitje. Bij de Windows-systemen koos je voor VMware. Bij de Unix-systemen voor logische partities en andere faciliteiten die bij het besturingssysteem worden geleverd. Nu ook de desktop aan de beurt is, blijkt dat daarvoor nu al allerlei verschillende mogelijkheden beschikbaar zijn. En er komen er alleen maar bij.

De afgelopen jaren heeft virtualisatie vooral opgang gevonden in het rekencentrum. Daar werden de losse servers zo veel mogelijk geconsolideerd. Met name het grote aantal X86-systemen – vaak vele honderden – werd met behulp van VMware sterk teruggebracht. Deze draaien nu in virtuele machines op een beperkt aantal virtualisatie-servers.

Desktop-virtualisatie

De belangrijkste opbrengsten van deze aanpak zijn de besparingen op hardware, op onderhoudscontracten, op beheer, en op ruimte, stroomverbruik en koeling. Bijkomende voordelen zijn de flexibiliteit en de eenvoud van backup en disaster recovery. Zo kunnen in een handomdraai nieuwe productie-systemen of test-omgevingen worden uitgerold. En waar backup en replicatie voorheen op applicatie-niveau moest gebeuren, kan dat nu per virtuele machine.

Nu de grote slagen in het rekencentrum wel gemaakt zijn – en die inderdaad flinke voordelen hebben opgeleverd – kijkt men verder. Op dit moment staat met name de virtualisatie van de PC in de belangstelling. Zo gemakkelijk als het in het datacenter was, is het op de desktop echter niet. Voor de virtualisatie van de PC blijken meerdere, verschillende concepten beschikbaar te zijn, die elk hun eigen specifieke voor- en nadelen hebben. Bovendien kan men hiervoor bij diverse leveranciers terecht.

Server-Based Computing

De bekendste vorm van desktop-virtualisatie is gebaseerd op de terminal-server. Daarbij draaien de applicaties van de gebruiker samen met die van anderen op één en dezelfde centrale server. Vandaar de naam Server-Based Computing (SBC). Alleen de schermuitvoer van de applicatie wordt via het netwerk naar de eindgebruiker gestuurd. Deze heeft niet meer dan een thin client nodig om zijn applicaties te kunnen benaderen.

Het SBC-concept is afkomstig uit de Unix-wereld, waar men al sinds jaar en dag het X-protocol gebruikt om mensen op afstand gebruik te laten maken van een Unix-systeem. Grafische clients, in dit geval de X display servers, en Unix-machines communiceren met elkaar over het internet-protocol.

Windows-omgeving

Het afgelopen decennium is SBC in de Windows-omgeving heel populair geworden. Microsoft levert daarvoor met Terminal Services de basis. De Presentation Server (voorheen MetaFrame) van Citrix maakt deze terminal-functionaliteit bruikbaar in grotere omgevingen. Beide leveranciers hebben wel elk hun eigen communicatie-protocol. Microsoft gebruikt RDP (Remote Desktop Protocol) terwijl Citrix met ICA (Independent Computing Architecture) werkt.

Deze twee protocollen doen niet anders dan de schermuitvoer van de server over het netwerk naar de thin client sturen, en de input van de gebruiker van de terminal weer terug naar de applicatie op de server.

Java Applets

Eerdere thin client-concepten, destijds vooral gepropageerd door Scott McNealy en Larry Ellison, maakten gebruik van het HTTP web protocol om kleine executables naar de client te sturen. Daar werden deze Java Applets en ActiveX controls vervolgens lokaal uitgevoerd. Nadeel van deze aanpak is dat er op de thin client toch behoefte ontstond aan meer verwerkingskracht, geheugen en randapparatuur. Bij een grafische terminal die alleen het scherm weergeeft speelt dit niet.

SBC en thin clients zijn met name populair geworden in een tijd dat het beheer van de fat client – de Windows-desktop – een groot probleem vormde. Maar inmiddels zijn de desktops in alle grotere omgevingen wel gestandaardiseerd, en worden ze geautomatiseerd en op afstand beheerd. Remote access voor de gebruikers was een tweede reden om met SBC aan de slag te gaan.

Virtuele PC's

De nieuwe golf van thin clients wordt vooral gedreven door de sterke opkomst van virtualisatie en blade-systemen. In het eerste geval worden de applicaties niet meer op een gedeelde terminal server uitgevoerd, maar op een eigen virtuele machine. In het tweede geval heeft elke gebruiker nog wel een eigen PC tot zijn beschikking, maar heeft deze de vorm van een blade ergens in het rekencentrum.

De virtuele PC is een voordehandliggende stap op het moment dat het rekencentrum al gevirtualiseerd is. Heeft men eenmaal kennis en ervaring met VMware opgedaan en voldoende vertrouwen gekregen in deze oplossing, dan is de virtualisatie van de PC's niet zo ingewikkeld meer. Voor de thin clients kan men terecht bij leveranciers als HP, Wyse en Sun. Vergelijkbare systemen zijn er ook in de vorm van een notebook.

De voordelen van de thin clients zijn evident. Belangrijkste is dat ze geen bewegende delen bevatten. Ze hebben geen harde schijf nodig, maar genoeg aan een flash-geheugen. En ze verbruiken zo weinig – rond de twintig Watt – dat ze geen koelventilator nodig hebben. Dat maakt ze stil en zuinig. Thin clients worden echter vooral aan de man gebracht met de veiligheid ervan als belangrijkste argument. Ze kunnen immers gestolen of verloren worden zonder dat er gegevens of zelfs maar een sessie verloren gaan.

Blades

De blade PC zit een beetje tussen de traditionele desktop-computer en de virtuele PC in. De gebruiker heeft wel een thin client voor zijn neus, maar in het rekencentrum staat nog steeds een PC die hij helemaal tot zijn beschikking heeft. Enige verschil is dat deze PC nu de vorm van een blade heeft. Dat betekent dat voeding, koeling en netwerk-aansluiting gedeeld worden met de andere blades in hetzelfde chassis.

Het bestaansrecht van de blade PC is echter niet direct duidelijk. Waarom zou je nog aparte hardware voor een gebruiker installeren als je hem ook een gevirtualiseerde omgeving aan kunt bieden? Die is immers niet alleen goedkoper maar ook flexibeler.

Volgens HP zijn er twee belangrijke redenen waarom klanten voor blade PC's kiezen. De eerste is dat een gebruiker op die manier verzekerd is van voldoende verwerkingskracht. Waar een virtuele PC zijn fysieke resources deelt met andere virtuele machines, staat de hardware van de blade PC volledig ter beschikking van die ene gebruiker.

Om die reden verkoopt IBM ook alleen een werkstation in blade-vorm. Volgens die leverancier zijn blade PC's inderdaad alleen interessant voor werkstation-gebruikers die persé een gegarandeerde hoeveelheid verwerkingskracht tot hun beschikking moeten hebben. HP betoogt echter dat ook licentie-kosten een reden kunnen zijn om toch voor blade PC's te kiezen.

Universele ingang

Voor de eindgebruikers maakt het in ieder geval niet uit. Die kunnen bij het inloggen op de sessie-manager kiezen wat voor omgeving zij nodig hebben. Gaat het alleen om office productivity, dan kiezen ze voor een virtuele PC. Hebben ze een werkstation nodig, dan selecteren ze een blade PC. Op die manier kunnen verschillende soorten PC's op uniforme wijze worden aangeboden.

De software om dit alles mogelijk te maken wordt geleverd door dezelfde leveranciers die ook de blade-systemen en thin clients verkopen. HP levert nu al de Session Allocation Manager (SAM). IBM komt binnenkort met de Connection Broker. En Sun levert de Secure Global Desktop Software als universele ingang voor zowel Windows- als Unix-gebruikers.

Zware graphics en video

Een laatste aandachtspunt bij de inzet van blade PC's zijn de communicatie-protocollen. RDP en ICA zijn niet geschikt voor het versturen van zware graphics en video. Hetzelfde geldt voor het Appliance Link Protocol (ALP) dat Sun voor zijn Ray-clients gebruikt.

HP en IBM maken daarom voor hun virtuele en blade PC's gebruik van eigen communicatie-protocollen. Voor HP is dat de Remote Graphics Software (RGS). De IBM-systemen werken met een hardware-matige compressie gebaseerd op een chipset van nVidia. Dat betekent dat de thin clients van IBM hiervoor eigen hardware nodig hebben. Omdat het bedrijf alleen blade workstations verkoopt voor specifieke toepassingen, zal het meestal geen probleem zijn dat deze combinatie niet vanaf een universele client op afstand ingezet kan worden.

Software-leveranciers

Naast de hardware-leveranciers die nu hun blade-systemen hier in de markt zetten, mogen we voor wat betreft de virtualisatie van de desktop de komende tijd ook veel meer verwachten van de software-leveranciers. Op dit moment is VMware in de markt veruit nummer één. Interessant is dat zij in eerste instantie niet aan de server-zijde maar op de desktop van start zijn gegaan. Daar werd hun software vooral door software-ontwikkelaars gebruikt om een gevirtualiseerde test-omgeving op te zetten.

Het zal interessant zijn te zien hoe Xen het de komende jaren gaat doen. Deze hypervisor werd in eerste instantie vooral in de Linux-wereld gebruikt. Maar na een strategische keuze voor het Windows-platform en de overname van XenSource door SBC-leverancier Citrix, staat er nu ook een desktop-variant op stapel. XenDesktop komt in de eerste helft van volgend jaar uit en combineert de Xen hypervisor met de bestaande SBC-producten van Citrix. De applicaties draaien op een virtuele PC in het rekencentrum. Hun schermuitvoer wordt via het ICA-protocol naar de thin clients gebracht door de Citrix Desktop Server.

Application Streaming

Daarnaast levert Microsoft met Vista een hele nieuwe technologie voor de streaming van applicaties mee. SoftGrid, binnengekomen met de overname van Softricity, maakt het mogelijk applicaties te virtualiseren. De verschillende onderdelen ervan worden pas naar de gebruiker gestuurd op het moment dat hij die ook daadwerkelijk nodig heeft.

"Je moet Vista zeker niet inzetten zoals de vorige versie van Windows," zegt Abram Schermer, de directeur van Qwise. "We gingen met een nieuwe release altijd gewoon rechtdoor. We mopperden wel wat over de zwaardere PC, maar uiteindelijk kochten we 'm toch. Nu iedereen met een Software Assurance contract gratis SoftGrid kan gebruiken, kun je niet om application streaming heen. Vista is de kans om gecentraliseerd te gaan werken. Je hebt daarmee niet alleen een relatief lage investering met een snelle RoI en een structureel lagere TCO, maar ook veel gelukkiger eindgebruikers."

"In de zakelijk markt denkt iedereen nu na over Vista," zegt Schermer. Als je nog niet begrijpt hoe SoftGrid werkt, dan ben je ook nog niet klaar voor Vista. Dan kun je de beslissing om over te stappen nog helemaal niet nemen."

Dit artikel verscheen eerder in IT Executive.

Plaats reactie

Security code Vernieuwen

Verstuur