Lange tijd waren we bang dat draadloze LAN's en 3G netwerken elkaar in de weg zouden zitten. WLAN's zouden door hun veel lagere prijs en veel hogere bandbreedte de hele implementatie van die peperdure UMTS netwerken overbodig maken. Inmiddels blijken de twee elkaar vooralsnog nauwelijks te overlappen, kunnen ze zonder problemen naast elkaar bestaan, en elkaar zelfs versterken.

De eerste fundamenten van de nieuwe UMTS infrastructuur worden op dit moment uitgerold. Nieuwe antennemasten kunnen zowel met GSM als UMTS overweg. Straks hoeft alleen de apparatuur onderaan die mast nog te worden vervangen door een UMTS kast.

Hoewel men nog steeds naarstig op zoek is naar dure, bandbreedte verslindende killer app's om de enorme investeringen in UMTS nog enigzins te laten renderen, ziet het er somber uit. WAP, de eerste echte data dienst voor de mobiele telefoon, is destijds een enorm fiasco geworden. En GPRS, nu als volwaardige mobiele bandbreedte dienst aangeboden door alle telecom operators, gaat dezelfde kant op. Volgens Johan Claes, die zich bij Nortel Networks bezighoudt met Wireless Internet Strategic Marketing, heeft nog geen 1 procent van de Europese GSM populatie ook een GPRS abonnement.

De aanleg van de nieuwe UMTS netwerken heeft dan ook niets te maken met het uitrollen van nieuwe diensten en het aanboren van nieuwe markten, maar is een erfenis uit de dagen van de dotcom kolder. Met het kopen van hun UMTS licenties hebben de operators zich immers ook verplicht om de bijbehorende netwerken daadwerkelijk aan te leggen. Hoewel men meerdere malen om clementie heeft gevraagd, om uitstel of om deze netwerken gezamelijk met andere operators te mogen delen (sharing), hebben overheden over het algemeen hun poot behoorlijk stijf gehouden.

Belangrijkste reden voor de aanleg van al die nieuwe antenne's is dan ook dat de huidige GSM netwerken propvol zitten, en men wel moet uitbreiden om de bestaande klanten te kunnen blijven bedienen. Niet alleen het groeiende aantal abonnee's en hun toenemend gebruik van de mobiele telefoon is debet aan die capaciteitsproblemen, maar ook die nieuwe GPRS dienst waarin tot acht gewone GSM kanalen worden gebundeld om die hogere bandbreedte van maximaal 115 kbps te bereiken. Dat betekent dat het vermogen van de bestaande GSM stations moet worden teruggeschroefd, om er meer masten tussen de plaatsen. Maar ook dat had sowieso gemoeten, omdat UMTS cellen veel kleiner zijn dan die van GSM, en dus een veel grotere antenne dichtheid vereisen.

Hotspots

In schril contrast met het sjachrijn van de onwillige telecom operators die onder druk en toeziend oog van de overheden hun UMTS netwerken uitrollen, staat het enthousiasme dat de hele WLAN technologie omringd. Niet alleen particulieren en kleine startup's zijn met WLAN hotspots in de weer, maar ook een heleboel grote bedrijven willen hun klanten en werknemers draadloze internet toegang aanbieden.

Publieke hotspots kunnen we onder andere aantreffen in hotellobbies en -kamers, op vliegvelden, in treinen, op beurzen en andere evenementen, en in uitgaansgelegenheden. Schiphol bijvoorbeeld is op dit moment bezig om de hele luchthaven, zowel de vertrek- als aankomsthal, te voorzien van WLAN. Maar in het algemeen lijken WLAN diensten geschikt voor alle plaatsen waar (zakelijke) gebruikers zich ophouden.

Het gemak waarmee iedereen met WLAN aan de slag gaat, is inherent aan de hele lage prijs ervan, en het feit dat WLAN twee vrije banden gebruikt. Bovendien tillen de volgende generaties apparatuur de snelheid van 11 naar 54 Mbps. Beperkingen hier zijn de problemen met de beveiliging van deze netwerken, al zouden die straks met WPA (WiFi Protected Access) tot het verleden moeten behoren, storingen door andere apparatuur die gebruik maakt van dezelfde banden, en het beperkte aantal kanalen dat men kan gebruiken.

standaard snelheid band kanalen
802.11b 11 Mbps 2,4 GHz 3
802.11g 54 Mbps 2,4 GHz 3
802.11a 54 Mbps 5 GHz 8

Behoeften

Het bestaansrecht van beide technologieën naast elkaar wordt duidelijk als we kijken naar behoeften van de gebruikers. Daarbij kunnen we allerlei dimensies onderscheiden aan het gebruik van draadloze bandbreedte. Ligt de nadruk op communicatie of informatie? Gaat het om een interactieve sessie of om de uitwisseling van min of meer losse berichten? Heeft men een volledig toetsenbord en scherm (bijvoorbeeld een laptop) bij de hand, of alleen een zaktelefoon met een klein (zwart-wit?) schermpje en pietepeuterige knopjes?

Naarmate we dit verder uitwerken, wordt de tweedeling in gebruik, behoeften, diensten en technologie steeds duidelijker. Iemand die beweegt, doet dat het liefst met zo min mogelijk bagage. Dat betekent dat hij op zijn best alleen de beschikking heeft over een klein apparaat, zijn mobiele telefoon. Bovendien kan hij dat apparaat steeds maar even aandacht geven, is hij vooral met andere dingen bezig. Hierbij passen dus korte, staccato-achtige uitwisselingen van kleine berichtjes. De reden dat mobiel telefoneren zo'n succes is, komt omdat je dat vooral met je oren en mond doet, terwijl lezen en schrijven een beroep doen op ogen en handen. Naast het bestaande SMS en MMS berichtenverkeer lijkt ook het versturen van digitale foto's goed in dit verhaal te passen, ware het niet dat dit nu nog veel de duur is voor jongeren, bij uitstek gebruikers van dit soort diensten.

Aan de andere kant treffen we de zakelijke laptop bezitter, die wel mobiel is, maar meestal niet in beweging, als hij met zijn mail bezig is, documenten van internet en intranet haalt, en misschien instant messaging-achtige toepassingen gebruikt. Daarvoor heeft hij een volwaardig scherm en toetsenbord ter beschikking (en nodig!), die hij ook alle aandacht geeft. Het gebruik hier kenmerkt zich door een meer sessie-georiënteerde interactie, waarbij men doorlopend on-line is, en grotere hoeveelheden data worden uitgewisseld.

Mens – machine

Hieruit wordt meteen duidelijk waarom de dromen van telecom operators niet zijn uitgekomen: zij proberen hun klanten (breedbandige) diensten te verkopen waar hun apparatuur zich niet voor leent, in situaties die zich daar niet voor lenen. Het lijkt aardig om de ander te kunnen zien tijdens het bellen, maar zo'n piepklein, schokkerig beeldje voegt verder niets toe aan het gesprek. Foto's en video's versturen is veel leuker dan nuttig, maar dan moet de grootte ervan wel beperkt zijn, en vooral de prijs enorm omlaag.

Meer bandbreedte intensieve toepassingen vragen om meer opslag- en verwerkingscapaciteit, grotere interfaces en dus grotere apparatuur met grotere batterijen. Het uitklapbare toetsenbord van de Nokia 6800 en het Palm Portable Keyboard (PPK), en de geprojecteerde toetsenborden van Siemens en VKB zijn een eerste poging tot verbetering van de mens-machine interface van dergelijke kleine apparatuur. Het wachten is op de eerste uitrolbare en opvouwbare schermen, of projectors.

Andersom hebben de mobiele operators zich wel iets om zich zorgen over te maken: bellen doe je ook als je stilzit met je laptop. En als je dan toch online bent, is het veel voordeliger om dit ook over je WLAN verbinding te doen. Sterker nog, op dit moment verschijnt de eerste VoWLAN (Voice over WLAN) of WVoIP (Wireless Voice over IP) telefoonapparatuur op de markt. Daarnaast werken Avaya, Proxim en Motorola gezamelijk aan de integratie van mobiele telefonie en WLAN telefonie. Bij Nokia is men sceptischer, is men van mening dat de huidige WLAN's voorlopig nog niet klaar zijn voor echte telefoniediensten. Met name de Quality of Service (QoS) en roaming zijn een probleem.
Feit is inderdaad dat WLAN's nog maar net de fase van technologie aan het ontgroeien zijn, en zachtjesaan complete producten worden. Voor VoIP (Voice over IP) geldt hetzelfde: daarvan werd vier jaar geleden al een hoop verwacht, maar bleek de technologie absoluut niet klaar voor de markt, was deze onvolwassen, waren er problemen met de QoS, en vooral met de schaalbaarheid van de softswitches. Inmiddels zijn die problemen uit de wereld, en krijgt VoIP een tweede kans, maar lijkt het nog te vroeg om met de combinatie van deze twee nieuwe technologieën aan de slag te gaan.

Geknipt

Draadloze telefonie en WLAN zijn apart geknipt voor de zojuist beschreven twee vormen van draadloze communicatie. UMTS bedient straks mobiele gebruikers, overal waar zij maar willen, met een beperkte bandbreedte (tot 384 kbps voor roaming gebruikers, maximaal 2 Mbps voor statische gebruikers), tegen een relatief hoog tarief. Hotspots bieden een veel hogere bandbreedte (maximaal 54 Mbps), tegen een laag tarief, maar zullen alleen beschikbaar zijn op plaatsen waar men ervoor moet gaan zitten. Volgens Boris Veldhuijzen van Zanten, een van de oprichters van hotspot provider HubHop, is dat ook geen enkel probleem: "Je wilt niet overal kunnen internetten; je wilt dat overal kunnen waar je dat wilt." Claes verwacht dat 85 procent van de eerste soort diensten op 3G zal thuishoren, eenzelfde percentage van de andere soort diensten op WLAN. Spraak verloopt nu nog over de GSM netwerken, maar kan later net zo goed over de WLAN verbinding worden gevoerd, afhankelijk van wat de gebruiker het beste uitkomt.

Investeringen

De investeringen voor UMTS zijn enorm. Naast de 100 miljard die in Europa aan licenties moest worden betaald, moeten operators een heel nieuw antennenetwerk opzetten. Behalve dat daarvoor meer locaties nodig zijn, zijn die ook nog eens veel duurder geworden. Waar men voorheen bij de installatie van een GSM mast dat nog regelmatig voor niets kon doen, moet nu overal jaarlijks een bedrag worden betaald aan de eigenaar van het gebouw of de grond.

Volgens Claes zitten de operators nu in hun maag met terugverdientijden van 14 tot 17 jaar. Hij ziet echter mogelijkheden in de combinatie van 3G met WLAN om die schade te beperken. Als mobiele operators er eenmaal van overtuigd zijn dat WLAN niet al te veel overlap heeft met hun bestaande business, kunnen zij die technologie gebruiken om de behoefte aan UMTS diensten te stimuleren.

Door hun dienstenpakket uit te breiden en een gecombineerd abonnement aan te bieden, kunnen zijn hun gemiddelde omzet per gebruiker (Average Revenue Per User, ARPU, een onhandige maar de meest gebruikte metriek in de telecom wereld) omhoog brengen, en daarmee hopelijk ook hun marge (AMPU, Average Margin Per User). Bovendien kunnen zij zich met hun hotspots bij uitstek richten op zakelijk gebruikers, dezelfde groep die ook nu al de hoogste ARPU genereert. Daarnaast kan op deze manier de churn, de snelheid waarmee klanten van provider wisselen, omlaag worden gebracht. Volgens Claes ligt deze in Europa gemiddeld op 30 procent per jaar. En hoewel overstappen vooral vanwege lagere kosten elders wordt gedaan, blijkt elke toegevoegde dienst de churn met eenderde te verminderen.

"Hooked on speed"

De truuk zal zijn diensten te introduceren die gebruik maken van beide mobiele netwerken. Het meest voordehandliggend zijn allerlei bijvoorbeeld notificatie diensten, bij voorkeur gekoppeld aan telefonie en e-mail, en gateways naar bedrijfsnetwerken en -toepassingen. Bovendien zal men zo vanzelf meer behoefte krijgen aan UMTS diensten die meer bandbreedte vereisen. Ook Veldhuijzen van Zanten ziet nu al allerlei mogelijkheden in de combinatie van WLAN met GPRS.

Op deze manier zal vooral WLAN moeten fungeren als aanjager voor UMTS. Hotspots zijn immers niet alleen goedkoop om op te zetten, maar ook populair - Gartner voorspelt voor de komende vijf jaar een gemiddelde jaarlijkse groei van 82 procent. Daarop gebaseerde diensten zullen dus veel eenvoudiger kunnen worden verkocht dan die sec voor UMTS.

Overleven

Hoewel WLAN op deze manier de return op de UMTS investeringen kan verbeteren, kunnen WLAN's op hun beurt niet overleven zonder de telecom operators. Volgens Claes is geen enkel business model voor een zelfstandig opererende hotspot provider rond te krijgen. Alle achterliggende faciliteiten en processen - denk aan de backbone, billing, customer care, maar ook de customer base en de brand - zijn immers al aanwezig bij de operators. Ondanks de slechte tijden zitten die toch in de beste positie om de hotspots te gaan exploiteren. Hij voorspelt dan ook dat er nog een hoop greenfielders failliet zullen gaan. Andere zullen worden opgeslokt door de telecom operators, die op die manier wel de technologie binnenhalen, maar zich niet hoeven te bemoeien met het aanleggen van de hotspots zelf. Ook onderzoeksbureaus Forrester en Gartner hebben hun zorgen omtrent de zelfstandige hotspot operators uitgesproken. Tekenend is dat HubHop nogal wat moeite had om investeerders te vinden voor zijn verdere groei, ondanks dat het om relatief kleine bedragen ging, totdat KPN onlangs voor anderhalf miljoen Euro een belang van 60 procent in het bedrijf nam. Eerder al werd concurrent Aervik Wireless overgenomen door Swisscom Eurospot, een dochter van Swisscom.

Plaats reactie

Security code Vernieuwen

Verstuur