Bewijzen van SCO blijken echter gammel
In een laatste poging om het voortbestaan van het bedrijf te redden, heeft SCO IBM aangeklaagd wegens contractbreuk, zijn AIX en Dynix licenties ingetrokken, en een schadeclaim van maar liefst 3 miljard dollar geeist. Daarnaast wil SCO alle gebruikers van Linux een nogal prijzige licentie verkopen. Gaat men daar niet voor half oktober op in, dan betaalt men daarna twee keer zoveel.
Tijdens het jaarlijkse SCO Forum in Las Vegas gebruikte CEO en president Darl McBride stevige taal om zijn standpunt te verduidelijken: "SCO vecht voor het recht om een boterham te verdienen in de software markt". Hoewel dat in eerste instantie een rechtvaardig pleidooi van een software leverancier mag lijken, draait dit alles niet om de gebruikers van Linux, niet om hun eigen klanten of zelfs om het eigen distributie kanaal. Het gaat eerst en vooral om het voortbestaan van SCO zelf. McBride spreekt zelfs van de laatste strohalm.
Een jaar geleden was SCO nog genomineerd voor "delisting"; het bedrijf had nog een maand om zijn koers boven de dollar te krijgen, anders zouden zijn aandelen van de beurs worden gehaald. McBride gebruikt de inmiddels verveelvoudigde beurskoers om zijn gehoor van distributeurs, resellers en klanten uit te leggen dat er weldegelijk nog waarde in het bedrijf zit. Dat deze stijging vooral een gevolg is van speculanten die graag een graantje meepikken van deze leveranciersoorlog, ziet hij daarbij gemakshalve over het hoofd.
Afglijden
Waar SCO tot voor kort met een marktaandeel van meer dan 80 procent absolute marktleider was in de Unix-op-Intel markt, is die tijd definitief voorbij. De laatste jaren heeft SCO zijn OpenServer en UnixWare operating systems verwaarloosd en uitgemolken, eerst hopend op nieuwe omzet uit het gezamelijke Monterey project met IBM, en na de overname door Caldera met een eigen Linux distributie. Hoewel het bedrijf inmiddels meer aandacht aan zijn software besteedt, weer nieuwe producten introduceert, is het te laat om het tij te keren. Resellers die voorheen 80 procent van hun omzet genereerden met SCO producten, doen dat nu met Microsoft. Ook Linux was voor hen immers geen optie. Diegenen die nauwelijks of geen waarde toevoegen en hun geld verdienen met het doorschuiven van dozen, willen geen genoegen nemen met de lagere marges op het Linux operating system. En diegenen die Linux juist vanwege zijn lagere prijs wel zagen zitten als onderdeel van hun oplossingen, en daarmee hun marge juist wilden vergroten, kunnen dat nu niet omdat hun leverancier een oorlog met de Linux wereld heeft ontketend. Wat rest is een steeds kleinere groep van steeds ouder wordende mannen, die de software van een steeds kleiner aantal ISV partners aan de man brengt.
Linux licenties
Naast de claim die bij IBM ligt, hoopt SCO ook inkomsten te genereren uit Linux licenties. Volgens het bedrijf bevat de 2.4 kernel inmiddels 1549 bestanden en dik een miljoen regels code waar SCO de rechten van bezit. Willen de huidige gebruikers van Linux hun systemen blijven gebruiken, dan kunnen zij daarvoor een run-time licentie afsluiten. Tot half oktober kan dat nog voor 699 dollar voor een server met een enkele processor; daarna moet daar maar liefst 1399 dollar voor betaald worden. Ook voor desktop en embedded systemen moet een dergelijke licentie worden gekocht.
Het probleem is dat de claims van SCO door zowel commerciële Linux aanbieders als de community bestreden worden. Zelfs de bewijzen die men onder een geheimhoudingsverklaring mocht bekijken, blijken helemaal niet zo stevig te zijn als SCO wilde doen geloven. De code, door SGI onder de GPL licentie uitgebracht, blijkt veel eerder al op allerlei manieren beschikbaar te zijn geweest, en bovendien door Caldera zelf als onderdeel van Unix V7 onder een BSD-achtige licentie openbaar gemaakt. SGI kan hoogstens worden verweten onzorgvuldig te zijn geweest met de afkomst van deze code.
Het tweede zwakke punt in de claims van SCO is de definitie van de zogenaamde afgeleide werken. Uitbreidingen van de originele Unix code, zoals die zijn gedaan door alle licentienemers, zouden daartoe kunnen worden aangemerkt, waarmee deze inderdaad ook weer onder de Unix licentie voorwaarden zouden vallen. Maar gaat het daarentegen om afzonderlijke modules die gewoon eigendom zijn van de makers ervan, dan zou dat betekenen dat SCO zijn claims op de code van bijvoorbeeld de JFS en XFS file systems en Read Copy Update (RCU) niet waar zal kunnen maken.
Soap
Hoe deze soap gaat eindigen is niet te zeggen. SCO gebruikt Linux klanten om IBM onder druk te zetten. Daarnaast zet het ook die klanten zelf en andere gebruikers weer onder druk om te betalen voor het gebruik van Linux, zonder hard te kunnen maken dat dat ook echt nodig is. Anderzijds maakt ook IBM helemaal geen goede beurt door zijn klanten in het ongewisse te laten over hun aansprakelijkheid.
Wel heeft McBride op het SCO Forum voor het eerst gezegd bereid te zijn om de Linux community een overzicht te geven van de kernel onderdelen waar ze problemen mee hebben. Daarmee kunnen ze dan een opgeschoonde versie uitbrengen, en kan iedereen verder met de ontwikkeling en het gebruik van Linux. De gewraakte onderdelen zijn high-end features, die nog maar door weinigen worden gebruikt.
Gebruikers van kernel versie 2.4 zullen moeten afwegen of ze inderdaad nu die licentie van SCO willen afnemen, met het risico dat dat later weggesmeten geld zal blijken te zijn. Mocht die claim uiteindelijk wel rondkomen, dan betaalt men in het ergste geval twee keer zoveel. Maar deze zaak gaat zo lang slepen, dat de meesten onder ons dan allang een opgeschoonde kernel zullen gebruiken.
Nederlands (nl-NL)
English (United Kingdom) 
Plaats reactie